Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Franciscus van Assisi

Het Christussymbool in de middeleeuwen

Franciscus van Assisi leefde van 1181 tot 1226. Hij leefde in een tijd van een machtige en rijke Rooms katholieke kerk. Ook de kloosters waren machtig en rijk. De Paus van Rome voerde constant strijd met de keizer om de wereldlijke macht. Het was de bedoeling van de Paus om Palestina met geweld te veroveren door middel van kruistochten. In zijn geboortestreek Umbrië waren de stadsstaten in opkomst. Zijn vader was lakenhandelaar en hij was rijk. Franciscus werkte in de zaak van zijn vader. Hij was tot zijn 25ste een mens van zijn tijd en hij droomde ervan ooit kruisridder te worden.

Geleidelijk onttrok hij zich aan het wereldlijk leven. Het begin was dat hij zich het lot van de melaatsen aantrok, hen geld gaf en hen kuste als "onze broeders in Christus".

Daarna kreeg hij een visioen in het half vervallen kerkje van San Damiano (even buiten Assisi): "Franciscus, ga heen en verbouw mijn huis, want gij ziet :het is geheel vervallen".

Franciscus nam dit letterlijk en stal een baal stof van zijn vader, verkocht die en gebruikte de opbrengst hiervan om de kerk op te knappen. Hij besteedde al zijn tijd aan het opknappen van het kerkje, verwaarloosde zijn werk en verliet uiteindelijk zijn ouderlijk huis. Dit leidde tot een conflict met zijn vader, deze bracht de zaak voor het bisschoppelijk gerecht. Daar deed Franciscus letterlijk afstand van zijn erfenis door al zijn kleren uit te trekken en naakt te vertrekken. Daarna trad hij geheel buiten de maatschappij, deed afstand van de toen bestaande cultuur en wetenschap en trok predikend en bedelend rond.

 

In het kort een aantal aspecten:

  • Franciscus had een zeer sterke relatie met de natuur als de schepping Gods
  • Hij was een revolutionair, die milde zachtheid en liefde kon combineren met onbuigzame strengheid en hardheid
  • Hij was een asceet
  • Hij deed aan Jezus denken. In zijn prediking richtte hij de aandacht op de Evangeliën, die het leven van Christus weergeven i.p.v. de in zijn tijd gebruikelijke aandacht voor de brieven van Paulus, waarin de dood en de opstanding van Christus centraal staan.
  • Boetedoening stond, evenals armoede, bij hem centraal

 

Zijn optreden gaf in het begin veel aanleiding tot spot, maar later wilden een aantal “nieuwe leden” zich bij hem aansluiten. Zij moesten van Franciscus hun bezit verkopen en aan de armen geven en zich houden aan zijn spelregels van boetedoening en armoede.

Franciscus wist zich eigenlijk geen raad met de nieuwelingen, die zich als navolgers wensten te gedragen. Hij vond steun in Mattheüs 10 vers 7 e.v. waarin de uitzending der jongeren wordt besproken. Dit alles speelde zich af rond het jaar 1209.

De toenmalige kerk drong sterk aan op het stichten van een nieuwe monnikenorde of nog liever het aansluiten bij een bestaande orde, zoals de Benedictijnen. Franciscus verzette zich hiertegen. Hij kreeg schoorvoetend toestemming van de Paus om zijn werk voort te zetten. Hij noemde zichzelf en zijn volgers de Minderbroeders, met als belangrijkste kenmerken: bezitloosheid, verbod geld aan te nemen (Mammon), geen macht na te streven, boetedoening, vrede nastreven en de komst van het Godsrijk afwachten. De taak van de broeders was: arbeid, bedelen en prediken.

Franciscus was niet ontrouw aan de kerk van zijn dagen, hij wilde geen aparte religie ontwikkelen en nam stelling tegen de “ketters”van zijn tijd, zoals de Waldenzen en de Katharen. De groep rond Franciscus werd groter en groter. Rond 1217 ontstond een belangrijke stroming binnen zijn groep, onder leiding van Elias van Cortona die de groep in de richting van een monnikenorde wilde brengen. Hierbij valt te denken aan zaken als organisatie, orde, regels en richting. Deze stroming streefde wel enig bezit na, wees wetenschappelijke studie niet af en wilde – met inachtneming van de regel van hulp aan armen- een organisatie opzetten die o.m. aan fondswerving deed. Franciscus verzette zich tegen deze stroming, maar hij kon er niet tegen op.

Na 1217 stond Franciscus in feite aan de zijkant. Hij maakte grote reizen naar de rest van Italië, Spanje, Egypte en Damascus. In 1224 zou hij tijdens een visioen de lijdenstekens van Christus op zijn lichaam hebben gekregen (Stigmatisatie), kort daarop werd hij blind. Hij verzorgde zich steeds minder en is op 3 oktober 1226, op de leeftijd van 45 jaar, naakt op de grond liggend gestorven.

Op zijn verzoek is hij tussen de armen begraven. Kort daarop kocht Elias van Cortona de heuvel waar Franciscus begraven was en bouwde hier een Basiliek.

De verkoop van aflaten leverde fondsen op voor de bouw, die in 1228 werd begonnen. Franciscus is tijdelijk begraven in San Damiano. Op 25 mei 1230 is Franciscus tijdens een grote ceremonie met een grote lijkstoet begraven. Zijn rustplaats was geheim, het graf is pas in 1818 gevonden. De Basiliek werd een bedevaartsplaats die, conform de plannen van Elias van Cortona, veel geld opbracht.

Franciscus is in 1228 heilig verklaard.

 

Opmerkingen:

  1. Een van de navolgers van Franciscus was Clara. Vrouwen mochten niet prediken (te gevaarlijk) en moesten daarom in het klooster blijven. Clara heeft lang in San Damiano * gewoond. Zij heeft de orde van de Clarissen gesticht, met als hoofdregels armoede en ontbering. Ze mochten geen schoenen dragen, moesten permanent vasten, op de grond slapen, niet spreken m.u.v. bidden en aalmoezen vragen. Clara is in 1253 gestorven en begraven in de Basilica di Santa Chiara.
  2. De grondlegger van het Westerse kloosterleven is St. Benedictus, geboren in 480. Hij stichtte o.m. de kloosters Subiaco en Monte Cassino. Zijn lijfspreuk was Ora et Labora (bid en werk). 

* Bijna haar hele leven heeft Clara in San Damiano gewoond. Op de plaats waar zij is gestorven, staat altijd een vaas met witte bloemen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief