Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

Duitsland - Wartburg Eisenach - Lutherstube
ons aanbod

Deel 5: Boeken op weg naar bekering

Eindelijk de bijbel helemaal lezen

Maarten maakt gebruik van zijn status als magister om de bijbel te mogen lezen en hij leest de hele Vulgaat (Latijnse Bijbelvertaling) in de universiteitsbibliotheek. Daarin onderscheidt hij zich van zijn tijdgenoten. Bijbelkennis stoelde voornamelijk op bronnen uit de tweede hand, op wat kerkvaders en theologen als commentaar hadden geschreven. Wat wij nu normaal vinden was toen uitzonderlijk. Het riep wantrouwen op in plaats van achting. Als we voor ogen houden waar Maarten hier mee bezig is, begrijpen hoe hij later met zijn precieze bijbelkennis kan verassen en overtuigen of op z’n minst twistgesprekken weet te winnen. Al lezend stelt hij vast hoe onvolledig en beperkt zijn geloof is. Christus zal als wereldrechter over hem oordelen en valt zijn vroomheid dan niet in het niet bij iemand als Job? Maarten leest de bijbel met in zijn achterhoofd de beelden die door boetepredikers worden opgeroepen en daadwerkelijk zichtbaar zijn bij de publieke executies.

 

Op weg naar een ander leven

Naast de bijbel leest hij nog een andere boek dat zijn leven sterk beïnvloedt, namelijk ‘de vertroosting van de filosofie‘ van Boëthius (480-526). Deze aristocratische schrijver wacht in de gevangenis op zijn terechtstelling. In het boek dat hij daar schrijft roept hij zijn lezers (onder wie Maarten in Erfurt) op de hoop niet te vestigen op vrouwe Fortuna (met haar aandacht voor rijkdom, geluk, macht en aanzien) maar zich te wijden aan de christelijke deugden. Hoe meer een mens zich in de geest richt op God, des te minder zal hij afglijden naar de geneugten van het lichaam. Die houden een mens alleen maar gevangen in het donker, terwijl de ware bestemming het licht is. Boëthius legt de verantwoordelijkheid voor de keuze bij mensen zelf en dit weegt zwaar op Maarten. Wat moet hij doen? God heeft hem de vrijheid gegeven om te kiezen en daarmee een eigen verantwoordelijkheid, waar hij bij het eindgericht op zal worden aangesproken. Al zijn hoop moet hij op God stellen en zijn gebeden kunnen daarbij helpen. Voor Gods aangezicht is geen andere richting mogelijk. Deze gedachten zetten Maarten volledig klem. Hij moet college geven, maar in de rechtenstudie vindt hij niet wat hij zoekt en ondanks de gezelligheid ook niet bij zijn humanistische vrienden, die goed beschouwd hun tijd verdoen met ijdele bezigheden.

Dat hij het goed doet in zijn studie helpt hem niet. Zijn hart wordt getrokken naar de theologie, maar heeft hij daar tijd voor en hoe vertelt hij het aan zijn vader?

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief