Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief.

De zaal van het laatste avondmaal

Net buiten de muren, aan de zuidkant van Jeruzalem, vlakbij de Kerk van de Inslaping van Maria, vind je het graf van David en daarboven de zaal van het laatste avondmaal. Ligt David daar echt begraven? Die kans is miniem. En die zaal, vierde Jezus daar het laatste avondmaal? Nee. Het is een zaal uit de middeleeuwen. Maar het is wel een oude plek waar joden en christenen samen iets belangrijks vinden en waar een verhaal bij hoort. Dat proberen we hier te vertellen.

 

Het woord Pasen betekent van oorsprong zoiets als ‘hink-stap-sprong’. Dat vraagt enige uitleg. Ons woord Pasen is afgeleid van het Hebreeuwse woord Pèsach. Dat is het feest van de uittocht uit Egypte. Een bevrijdingsfeest dus. Maar vóór de uittocht bestond het feest al lang: het was een landbouwfeest uit Kanaän. Voor de goede orde: de oude bewoners daar hadden geen goedgevulde supermarkt om de hoek. Het was sappelen om de winter door te komen. Schaarste was de gewoonste zaak van de wereld en het was dus een kwestie van goed uitrekenen wat je van de tarwe kon opeten en wat je moest bewaren om het opnieuw te zaaien. Had je teveel opgegeten, dan had je het jaar erop een probleem, een tekort.

 

Tarwe is het hoofdgraan, maar pas laat rijp om te oogsten. Daarom was men blij met een soort ‘overgangsgraan’, de gerst. Die is vroeg rijp en overbrugt het gat naar de tarweoogst. Groot feest dus als het eerste gerst werd geoogst. Daarmee kon je zeggen dat je de winter gehaald had. ‘Haal je maartje, haal je ’t jaartje’ zeiden ze vroeger in Nederland, als ouderen de winter goed doorgekomen waren.

Het eerste graan werd gebundeld in garven en de boeren togen met zo’n garve naar de tempel om het God aan te bieden. Daarbij maakten ze een speciale dans, waarbij ze zich hink-stap naar de priester begaven. Die hink-stap was mogelijk bedoeld om de boze machten om de tuin te leiden. Die moesten immers niet mee het tempelcomplex mee inglippen. Vreemd idee? Nou ja, in Nederland is de kerkklok ook bedoeld om boze geesten te verjagen en dus te voorkomen dat ze met de kerkgangers naar binnen gaan… Onze voorouders begrepen de bijbel waarschijnlijk beter dan wij.

 

Dat ‘hinken’ heet in het klassiek Hebreeuws pasach, en zo komen we via Pèsach aan ons woord Pasen. Pèsach valt standaard in het voorjaar en duurt zeven weken. Op de vijftigste dag van Pèsach wordt het Wekenfeest gevierd. Dat is in de kerk het Pinksterfeest. Pinksteren, wat verbasterd Grieks is voor ‘vijftigste’ – pentecost – is namelijk de vijftigste paasdag. Dan is de tarwe rijp en hebben we opnieuw een landbouwfeest. Maar in deze bijdrage gaat het over Pèsach. Daarmee zijn we terug in het land Egypte, waar de Hebreeuwse slaven werden uitgebuit. Mozes probeert eerst de farao zover te krijgen toe te staan dat de Israëlieten in de woestijn hun feest mogen vieren, maar daar trapt de farao niet in. Zo komen we bij de tiende plaag, die Egypte treft. De engel van de dood gaat rond en alle eerstgeborenen sterven. Behalve in het land Gosen, waar de Israëlieten wonen. Daar heeft men op bevel van Mozes bloed op de deurposten gesmeerd. De engel van de dood, die in het bijbelverhaal niemand minder dan God zelf is, zal die barrière van bloed niet doorbreken. Hij zal die deur ‘voorbijgaan’, lezen. Pasach, staat er in de Hebreeuwse bijbel, ‘hinken, dansen, springen’. Want de dood aanzeggen is niet het werk van een engel. Hij danst aan de deur voorbij: gelukkig, hier geldt het leven.

 

De uittocht op Pèsach-avond is daarna model geworden voor het joodse feest, dat daarna steeds op de 14e van de voorjaarsmaand is gevierd. Joodse families komen bij elkaar en eten matses, bittere kruiden, zoals hun voorvaderen in Egypte in de paasnacht aten. Die nuttigden bovendien nog een snel gebraden lam. Dat wordt niet meer gedaan: het lam zou in de tempel geslacht moeten worden, maar die tempel is er sinds het jaar 70 niet meer. Het is een beperkt ritueel geworden, met wijn, een ei, een appelpastei die de klei moet voorstellen waarvan de Israëlieten stenen moesten bakken in Egypte. Een kind opent met de vraag: ‘Waarom is deze nacht anders dan andere nachten?’ Het antwoord op die vraag is een heel verhaal, dat op Pèsach-avond wordt verteld. Dat verhaal, dáár gaat het om.

 

Jezus heeft dat Pèsach ook gevierd, de laatste maal samen met zijn leerlingen. De viering van de bevrijding uit het land van de dood, Egypte, heeft een grote impact op hem gehad, weten we uit het evangelie. Daar begint de laatste fase van de passie, zoals we die in de evangelies vinden en daarmee opent Bach zijn magistrale Matthäus Passion. De naam ‘zaal van het laatste avondmaal’ suggereert dat Jezus het (christelijke) avondmaal daar met zijn leerlingen vierde. Dat is een oud misverstand. Het avondmaal of de mis zijn niet een voortzetting van het joodse Pèsach, maar een uitbreiding en ritualisering van een gebed dat aan een maaltijd voorafging in de vroege christelijke gemeenschappen, al zijn er wel theologische verbanden te leggen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief